ontwikkeling kind 20 maanden

Ontwikkeling kind 20 maanden: mijlpalen, gedrag en tips voor ouders

0 Comments

Ontwikkeling van een kind van 20 maanden

Rond 20 maanden ontdekt een kind steeds meer van de wereld. De woordenschat groeit, bewegen gaat vaak steeds zelfstandiger en ook de eigen wil wordt duidelijker. Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. Mijlpalen geven daarom een algemene indruk; ze zijn geen toets waaraan een kind precies moet voldoen.

Wat kan een kind van 20 maanden vaak al?

Kinderen van deze leeftijd leren vooral door te spelen, te kijken en dingen zelf uit te proberen. De ontwikkeling verloopt niet bij ieder kind hetzelfde. Ook kan een kind op het ene gebied verder zijn dan op het andere.

Taal en communicatie

Veel kinderen begrijpen al meer woorden dan ze zelf kunnen zeggen. Ze wijzen bijvoorbeeld iets aan, brengen een voorwerp en gebruiken gebaren om duidelijk te maken wat ze willen. Sommige kinderen zeggen al meerdere herkenbare woordjes; andere praten nog weinig. Dat kan binnen de normale variatie vallen.

Help de taalontwikkeling door samen boekjes te bekijken, dingen te benoemen en rustig te reageren op geluiden, gebaren en woorden. Praat in korte, duidelijke zinnen en geef uw kind tijd om te antwoorden. Voorlezen en liedjes zingen zijn fijne manieren om nieuwe woorden te horen.

Bewegen en ontdekken

Veel kinderen lopen rond deze leeftijd zelfstandig en oefenen met rennen, klimmen of traplopen met hulp. Ook de fijne motoriek wordt vaardiger: een kind kan bijvoorbeeld blokken stapelen, bladzijden omslaan of zelf met een lepel eten. Vallen en opnieuw proberen horen vaak bij het leren bewegen. Zorg daarom voor een veilige omgeving en blijf in de buurt wanneer uw kind klimt of bij trappen speelt.

Denken en spelen

Een kind van 20 maanden gaat voorwerpen doelgerichter gebruiken en vindt het interessant om te ontdekken hoe dingen werken. Doen-alsofspel komt op: een knuffel krijgt bijvoorbeeld te eten of een speelgoedtelefoon wordt gebruikt om te ‘bellen’. Herhaling is belangrijk. Een spelletje kan steeds opnieuw worden gedaan, omdat uw kind daarvan leert en plezier heeft.

Gevoelens en contact

Uw kind zoekt waarschijnlijk vertrouwde volwassenen op, maar wil ook steeds vaker dingen zelf doen. Dat kan samengaan met driftbuien of frustratie, zeker wanneer iets niet lukt of uw kind nog niet goed kan vertellen wat het wil. Grote gevoelens zijn op deze leeftijd heel gewoon. Rust, duidelijke grenzen en woorden geven aan de emotie kunnen helpen: “Je bent boos omdat het niet lukt.”

Samen spelen met andere kinderen betekent vaak nog vooral naast elkaar spelen. Kinderen oefenen stap voor stap met delen, op hun beurt wachten en rekening houden met anderen. Dat vraagt tijd en begeleiding.

Eten, slapen en zelfstandigheid

Rond deze leeftijd kunnen eetlust en voorkeuren wisselen. Bied verschillende gezonde producten aan zonder eten af te dwingen. Uw kind kan steeds meer zelf willen eten; knoeien hoort bij het oefenen. Snijd eten op een veilige manier en houd toezicht tijdens het eten.

Veel kinderen hebben een herkenbaar slaapritme, maar de slaapbehoefte verschilt per kind. Een vaste, rustige routine voor het slapengaan kan helpen. Ook bij aankleden, handen wassen en opruimen kan uw kind kleine stapjes naar zelfstandigheid zetten, met hulp waar nodig.

Zo kunt u de ontwikkeling ondersteunen

  • Speel samen en volg af en toe het initiatief van uw kind.
  • Praat over wat u samen doet en benoem voorwerpen en gevoelens.
  • Lees voor, zing liedjes en geef uw kind tijd om te reageren.
  • Moedig nieuwe vaardigheden aan, zonder te veel druk te leggen.
  • Bied vaste routines en duidelijke, rustige grenzen.
  • Maak de omgeving veilig, zodat uw kind onder toezicht kan ontdekken.

Wanneer kunt u advies vragen?

Twijfelt u over de ontwikkeling, het gedrag, het horen of het zien van uw kind? Bespreek uw zorgen dan met het consultatiebureau, de jeugdgezondheidszorg of uw huisarts. Neem zeker contact op als uw kind vaardigheden verliest die het eerder wel had, of als u merkt dat contact maken en communiceren u zorgen baart. U hoeft niet te wachten tot een volgend gepland bezoek om advies te vragen.

De belangrijkste basis is een veilige, liefdevolle omgeving waarin uw kind mag oefenen, fouten mag maken en op eigen tempo kan groeien.

 

9 Tips voor de Ontwikkeling van je Kind van 20 Maanden

  1. Praat veel met je kind en benoem wat jullie doen.
  2. Lees samen korte boekjes en wijs plaatjes aan.
  3. Geef ruimte om zelf te eten en te oefenen met een lepel.
  4. Stimuleer bewegen met veilige klim- en loopspelletjes.
  5. Bied eenvoudig speelgoed aan om te stapelen, sorteren en ontdekken.
  6. Help je kind gevoelens te benoemen, zoals blij of boos.
  7. Oefen samen kleine klusjes, zoals speelgoed opruimen.
  8. Houd vaste routines aan voor eten, spelen en slapen.
  9. Ieder kind ontwikkelt zich in eigen tempo; bespreek zorgen met het consultatiebureau.

Praat veel met je kind en benoem wat jullie doen.

Praat gedurende de dag veel met je kind en vertel in eenvoudige woorden wat jullie doen. Zeg bijvoorbeeld: “We trekken je jas aan” of “Nu snijden we de appel.” Zo hoort je kind woorden in een herkenbare situatie en leert het stap voor stap de betekenis ervan. Geef je kind ook tijd om te reageren met een woord, geluid of gebaar. Het hoeft nog niet alles zelf te kunnen zeggen: luisteren, aanwijzen en proberen horen allemaal bij de taalontwikkeling.

Lees samen korte boekjes en wijs plaatjes aan.

Lees samen korte boekjes en wijs de plaatjes aan. Benoem wat u ziet, zoals “Kijk, een hond!” en geef uw kind de tijd om te kijken, te wijzen of zelf iets te zeggen. Zo oefent uw kind spelenderwijs met luisteren, nieuwe woorden en samen aandacht hebben. Herhaal gerust hetzelfde boekje: jonge kinderen leren veel van herhaling.

Geef ruimte om zelf te eten en te oefenen met een lepel.

Geef uw kind de ruimte om zelf te eten en met een lepel te oefenen. Op 20 maanden gaat dat vaak nog met geknoei, maar juist door zelf te proberen leert uw kind de lepel vasthouden, naar de mond brengen en steeds zelfstandiger eten. Bied kleine porties aan, kies eventueel voor makkelijk op te scheppen eten en blijf erbij om te helpen wanneer dat nodig is. Rust en aanmoediging maken van oefenen een fijne ervaring.

Stimuleer bewegen met veilige klim- en loopspelletjes.

Stimuleer uw kind om te bewegen met eenvoudige loop- en klimspelletjes in een veilige omgeving. Laat het bijvoorbeeld over zachte kussens stappen, achter een bal aan lopen of op een laag, stevig speeltoestel klimmen terwijl u dichtbij blijft. Zo oefent uw kind de balans, coördinatie en spierkracht. Zorg dat de ondergrond vrij is van scherpe of harde voorwerpen en help waar nodig, maar geef ook ruimte om zelf te proberen.

Bied eenvoudig speelgoed aan om te stapelen, sorteren en ontdekken.

Bied uw kind eenvoudig speelgoed aan, zoals blokken, bekers of grote vormen om te sorteren. Door te stapelen, te passen en uit te proberen ontdekt uw kind hoe voorwerpen bewegen en bij elkaar passen. Speel samen, benoem wat er gebeurt en laat uw kind vooral zelf experimenteren. Kies speelgoed dat stevig en veilig is en geen kleine onderdelen bevat die kunnen worden ingeslikt.

Help je kind gevoelens te benoemen, zoals blij of boos.

Help je kind om gevoelens onder woorden te brengen door rustig te benoemen wat je ziet: “Je bent blij dat we samen spelen” of “Je bent boos omdat de toren is omgevallen.” Zo leert je kind woorden koppelen aan gevoelens en wordt het makkelijker om zich uit te drukken. Verwacht niet dat je kind de gevoelens meteen zelf kan benoemen; op 20 maanden leert het vooral door jouw voorbeeld en herhaling.

Oefen samen kleine klusjes, zoals speelgoed opruimen.

Oefen samen met kleine klusjes, zoals speelgoed opruimen. Een kind van 20 maanden vindt het vaak leuk om u na te doen en kan eenvoudige spullen in een mand leggen. Maak er een gezellig spelletje van, geef korte aanwijzingen en prijs de inzet. Het hoeft niet perfect: samen bezig zijn helpt uw kind stap voor stap zelfstandiger te worden.

Houd vaste routines aan voor eten, spelen en slapen.

Vaste routines voor eten, spelen en slapen geven een kind van 20 maanden houvast en een gevoel van veiligheid. Wanneer activiteiten meestal op herkenbare momenten plaatsvinden, weet uw kind beter wat er komt en kan het makkelijker wennen aan overgangen, zoals stoppen met spelen of naar bed gaan. Houd de volgorde zo voorspelbaar mogelijk, maar blijf flexibel wanneer de dag anders loopt.

Ieder kind ontwikkelt zich in eigen tempo; bespreek zorgen met het consultatiebureau.

Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. Het ene kind praat of loopt eerder dan het andere, en dat is vaak heel normaal. Vergelijk uw kind daarom niet te veel met anderen. Blijft u zich zorgen maken over de ontwikkeling, bespreek dit dan met het consultatiebureau. Zij luisteren naar uw vragen en denken met u mee over passende ondersteuning.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit exceeded. Please complete the captcha once again.

Related Posts